Zorgnieuws voor alle gemeenten

Zorgnieuws

Provincie

Friesland Zeeland Groningen Drenthe Overijssel Utrecht Flevoland Noord-Holland Zuid-Holland Gelderland Limburg Noord-Brabant
www.zilverenkruis.nlwww.zilverenkruis.nl www.pg.comwww.pg.com www.rb.comwww.rb.com

Zorgnieuws

 

Overbruggingsgesprekken maken wachten iets dragelijker
22-03-2019 -

Eindelijk heeft Suzan zich aangemeld voor schuldhulpverlening. Ze is die drempel over gegaan: ze heeft toegegeven dat ze het niet meer in haar eentje op kan lossen en dat ze hulp nodig heeft. Het antwoord van de instantie: over drie maanden komen we bij u terug. Ondertussen blijven de aanmaningen binnenkomen. Nu Suzan het probleem heeft erkend, voelt elke brief die op haar mat valt als een nieuw bewijs van haar tekortkomingen.

Wachten is zwaar

Suzan is een fictief persoon. Het probleem is reëel. Mirjam Schneider, maatschappelijk werker bij MIND Korrelatie, hoort dit soort verhalen elke dag. In de hele sociale sector lopen de wachtlijsten op. Bij de ggz, jeugdhulp, het ziekenhuis, de Raad voor de Kinderbescherming, jeugdzorg. Zelfs wijkteams kampen met wachtlijsten. ‘Vaak duurt het lang voordat mensen toegeven dat ze hulp nodig hebben. Dan moeten wachten is vaak ontzettend zwaar’, weet Schneider.

Telefonische- en onlinehulp

Bij MIND Korrelatie werken maatschappelijk werkers en psychologen via de telefoon, een online chat, WhatsApp en mail. Op hun website schrijven ze: ‘Wij luisteren, adviseren en verwijzen zo nodig door naar passende hulp.’ Telefoongesprekken, die tot een half uur duren, zijn anoniem, kosteloos voor de cliënt en er wordt geen dossier van cliënten opgebouwd. MIND Korrelatie wordt gefinancierd door het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport.

Sociaalpsychologisch

Schneider werkt al twintig jaar als oproepkracht bij MIND Korrelatie. ‘De meeste vragen gaan over relatieproblemen, depressie en angst. Maar verder eigenlijk alles op het psychologische en psychosociale vlak: schuldhulpverlening, opvoedingsvraagstukken, eetproblematiek, seksueel misbruik en mishandeling. Als er vragen binnenkomen waar we wat minder van weten, zoals puur juridische vragen over scheiding, dan hebben we een uitgebreide sociale kaart en zoeken we waar iemand de juiste hulp kan krijgen.’

Overbruggingsgesprekken

Sinds januari 2018 verzorgt MIND Korrelatie ook overbruggingsgesprekken. Vijf telefoongesprekken van een half uur om de wachttijd door te komen. Niet om direct met het probleem aan de slag te gaan, ze hebben immers niet voor niks specialistische hulp aangevraagd, maar puur om samen te kijken: hoe kom je die wachttijd door?

Wanhoop

Aanlopen tegen een wachttijd drijft mensen tot wanhoop, weet Schneider. Niet zelden krijgt ze iemand aan de telefoon die totaal overstuur is of zeer ernstig mededeelt: ik overweeg er een einde aan te maken.

Luisteren

‘Het enige wat we niet kunnen doen is zakdoekjes uitdelen of een knuffel geven. Maar bijna al het andere kunnen we wel doen’, vertelt Schneider. ‘We kunnen heel goed luisteren. Het helpt dat we niet worden afgeleid door uiterlijkheden of wat er om je heen gebeurt. We horen ook wat er niet gezegd wordt.’

Geen drastische beslissingen

Het meest gegeven advies: neem nu geen grote drastische beslissingen. Zoals dat levenseinde, of het verlaten van je gezin. ‘We blijven benadrukken: er is perspectief. De hulp is onderweg. Probeer nu de tijd door te komen.’

Niet meer eenzaam

De gesprekken kunnen veel voor mensen betekenen, denkt Schneider. ‘Voor sommigen is puur het feit dat ze even met iemand kunnen praten, hun hart luchten, al heel fijn. Ze worden niet afgewezen of veroordeeld door ons. Mensen die in de problemen zitten hebben vaak het gevoel dat ze er helemaal alleen voor staan en bij niemand terecht kunnen. Die eenzaamheid kunnen we met zo’n gesprek doorbreken.’

Praktische handvatten

Vaak komen ze via de telefoon, mail of chat ook tot hele praktische oplossingen. ‘We zoeken naar dingen waar ze vroeger blij van werden. Mensen die depressief binnen zitten vragen we: wat vond je vroeger leuk om te doen? Soms weten ze nog dat ze vroeger graag fietsten of wandelden.’ Bij andere mensen ontdekt Schneider dat ze een hele hoop vriendinnen hebben, maar daar geen hulp aan durven te vragen. Dan vraagt ze of ze zelf wel het luisterend oor zouden zijn voor die vriendinnen. Natuurlijk zouden ze dat doen!

Geen gouden oplossing

‘Het zijn geen gouden oplossingen. Deze mensen hebben niet voor niets therapie nodig, maar het biedt weer ruimte om te denken aan dat het ooit anders was. Mensen voelen zich vaak machteloos in zo’n wachtperiode. Wij geven hen inzicht dat ze in de tussentijd iets kunnen doen en het heft in handen kunnen nemen, zonder drastische maatregelen te nemen.’

Maximaal vijf gesprekken

Er zit wel een beperking in de hulp die MIND Korrelatie geeft. Allereerst doen ze maximaal vijf gesprekken. ‘Heeft iemand meer nodig, dan zoeken we naar hulp die ze in hun omgeving kunnen krijgen. Soms is dat de POH-GGZ. Daarnaast bieden sommige ziektekostenverzekeraars wachtlijstbemiddeling.’ Ook helpen ze geen mensen die langer dan drie maanden op de wachtlijst staan. ‘Dat is te lang. Ook dan zoeken we met hen naar structurelere ondersteuning in hun buurt.’

Nog niet storm

‘Het loopt nog niet storm,’ laat persvoorlichter Saskia Oskamp weten. ‘Dat komt omdat we het nog niet massaal gecommuniceerd hebben, maar steeds meer mensen weten ons te vinden. We geven geen cijfers. We registreren ook niet wie er belt en waarover, ook vanwege die privacy. Cijfers kunnen een vertekend beeld geven, omdat mensen vaak over andere onderwerpen bellen zoals depressie en dan komt eruit dat ze hiervoor op een wachtlijst staan en dan kan het een overbruggingsgesprek worden.’ Voor de overbruggingsgesprekken krijgt MIND Korrelatie geen extra budget van VWS.

Vakantie overbruggen

Een afgeleide van de overbruggingsgesprekken zijn de gesprekken die MIND Korrelatie doet met mensen van wie de hulpverlener op vakantie is. ‘Soms zijn hulpverleners tot vijf weken weg, zonder vervanging, dan kunnen wij die tijd met hen overbruggen.’

Als je contact wil opnemen met MIND Korrelatie, dan kan dat via www.mindkorrelatie.nl. Telefonisch zijn ze van maandag tot vrijdag bereikbaar tussen 9.00 en 18.00 0900-1450. Een gesprek of chat met MIND Korrelatie is kosteloos voor de cliënt.

Bruggen bouwen in de diverse wijk
22-03-2019 -

‘Buurten zijn steeds diverser in hun samenstelling. Dat kan als gevolg hebben dat mensen, door het principe “onbekend maakt onbemind”, negatief met elkaar omgaan. Liever heb je dat mensen positief met elkaar omgaan. Samen de grenzen van je eigen bubbel over gaan en komen tot één grote, gezamenlijke bubbel is het mooiste wat erin een wijk kan gebeuren.’ Aan het woord is Mellouki Cadat-Lampe, senior adviseur cliënten participatie en democratische vernieuwing bij Movisie. Samen met zijn collega’s Michaëla Merkus, Anne Lucassen en Saskia van Grinsven bezocht hij vijf burgerinitiatieven die werken aan inclusiviteit in de wijk. Hun impressie van deze initiatieven en de lessen die ze hiervan leerden verzamelden ze op in de publicatie ‘Bruggen bouwen in de wijk. Inspirerende voorbeelden van inclusieve wijkinitiatieven.

Nieuwsgierig naar de ander

‘De initiatieven laten zien dat samenleven in een diverse wijk kan. Een goed burgerinitiatief kan zorgen voor minder verdeeldheid in een wijk.’ Een inclusievere wijk begint volgens Cadat-Lampe bij nieuwsgierigheid naar de ander. De meeste initiatieven startten in hun eigen bubbel, zoals er zoveel bubbels naast elkaar in een wijk kunnen bestaan. Maar nieuwgierigheid naar de ander, dat maakt dat mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om verbindingen aan te gaan. Om bruggen te bouwen.

Focus op talent

Een andere kernvoorwaarde om tot meer inclusiviteit te komen, is  focussen op ieders talent. ‘Je krijgt verbinding als je mensen niet ziet als hun beperking, maar hun talent ziet en hen op basis daarvan mee laat doen.’ Cadat-Lampe geeft het voorbeeld van een buurtbarbecue waarin iemand met een licht verstandelijke beperking en het talent om een lekkere halal soep te maken de ruimte krijgt om dat te doen.  Zo kan iedereen van de barbecue én de soep genieten.

Samen eten is geen doel

Let daarbij wel op: ‘Alleen een groep opbouwen door met elkaar te eten werkt niet.’ Zo leren de initiatieven. Cadat-Lampe: ‘Samen eten is een middel. Je bent bij elkaar om een groep te bouwen door met elkaar samen te werken. Samen eten is een sociaal moment waar je samen naartoe kan werken. Andere middelen zijn een wandeling of een filmavond organiseren.’

Brutale jongeren

De publicatie staat vol tips voor succesvolle wijkinitiatieven. Zoals ook: denk in mogelijkheden, niet in beperkingen. Cadat-Lampe zag hoe concreet deze tip in de praktijk uitwerkt. Bij buurthuis De Nieuwe Jutter kwam op een gegeven moment een groep Marokkaans-Nederlandse jongeren op hoge toon een plek opeisen. Cadat-Lampe: ‘Als je dan denkt in beperkingen, dan stuur je die jongeren weg. Maar dan verlies je ook het contact met hen. Gelukkig was er in De Nieuwe Jutter een oudere, autochtone dame die de jongeren op een goede manier wist aan te spreken. In plaats dat de jongeren boos werden, gaven ze zich rekenschap van de anderen in het buurthuis en die oudere dame gaf de jongeren de ruimte. Ze zag dat ze misschien wel brutaal waren aan de buitenkant, maar in de kern goed zijn. Zij zag een mogelijke plek voor deze jongeren in het buurthuis om zich te ontplooien.’

Meer thuis in je eigen wijk

Om mensen aan te moedigen om zulke, soms moeizame, wijkinitiatieven te ondernemen, moeten bewoners onthouden: inclusief zijn is ook in je eigen belang. ‘Als je een inclusief burgerinitiatief opzet, kan het ervoor zorgen dat je je meer thuis voelt in je wijk,’ vertelt Cadat-Lampe. ‘Je voelt je welkom in je eigen wijk, veiliger en je wordt erkend door je buren. Contact op straat wordt prettiger als de wijk inclusiever wordt.’

Geloof

Om zover te komen is vaak een hoop doorzettingsvermogen nodig, weet ook Cadat-Lampe. ‘Daarom wil ik benadrukken: het draait om geloof. Geloof in de wijk, in de mens. Dat je je meer thuis gaat voelen als het lukt. Want zo’n burgerinitiatief is doorbijten. Je moet je niet laten afschrikken, maar het tijd geven en geduldig zijn.’ Net als Rome, worden bruggen niet in één dag gebouwd.

Meer tips en de hele publicatie is te vinden op de website van Movisie.

‘Lijstjes en protocollen geven schijnveiligheid aan professionals’
21-03-2019 -

Professionals vormen een oordeel over een situatie van een cliënt vóórdat ze een besluit nemen over de hulp en ondersteuning. Die oordeelsvorming wordt steeds meer geleid door regels en protocollen, op basis waarvan de professional een “veilige beslissing” kan nemen. Maar dat is schijnveiligheid, zegt Adri van Montfoort, deskundige van het sociaal domein. In zijn boek Professionele oordeelsvorming in het sociaal domein roept hij professionals op om zelf na te denken. ‘Over de menselijke factor van de besluitvorming in je vak. Werken met protocollen is een ontkenning van de voortdurende onzekerheid van situaties waarin je besluiten moet nemen.’

Dus moeten professionals niet meer werken met protocollen?
De verantwoordelijkheid van de professional is dat hij nadenkt over wat hem of haar te doen staat, zegt Van Montfoort. ‘Je kunt bij een multiprobleemgezin binnenkomen en denken: “Ik zie het al, het is een zootje”. Of je gaat stapsgewijs aan de slag om een oordeel te vormen. Ik onderscheid drie stappen in de oordeelsvorming: de professional spreekt met iedere betrokkene om de verschillende visies op een rij te krijgen. Aan de hand daarvan kijk je wat klopt en wat niet, dus welke feiten haal je uit de verschillende perspectieven. Pas dan maak je een weging, vorm je je oordeel en zoek je naar antwoorden op de hulpvraag van de burger of van het gezin.’

Een protocol kan richting geven aan het professioneel oordeel en zaken uitsluiten?
‘Vaak is het onzeker hoe de situatie is. Bijvoorbeeld bij een vermoeden van kindermishandeling. Iedereen denkt dat altijd duidelijk is of er sprake is van mishandeling, maar dat is maar in vijf tot tien procent van de gevallen zo. Als je dan het protocol volgt, geeft dat zekerheid dat je beslissing juist is? Nee, een jaar later kan het toch weer fout gaan. Dan heeft de professional het gedaan. Want fout gegaan is fout gedaan. Ik denk dat de professional zijn eigen besluiten moet nemen na een goede weging van feiten en visies. Eenzijdige nadruk op aanvinklijstjes en protocollen maakt de oordeelsvorming van professionals niet beter, maar slechter.’

Het is toch niet vreemd dat professionals veiligheid willen inbouwen in hun besluit?
‘Dan heb je het protocol gevolgd, en dan ben je nog steeds niet zeker van de zaak. Wordt het kind nu wel of niet mishandeld? Wat dan? Ik denk dat de belangrijkste factor om fouten terug te dringen is dat professionals zich realiseren dat de situatie ook anders kan zijn dan je op dat moment denkt. Er blijven altijd onzekerheden. In de reeks van beslissingen die je neemt, kun je er zeker van zijn dat een aantal besluiten niet juist zijn.’

Wat heeft de cliënt aan die onzekerheid?
‘De onzekerheid is een realiteit waar zowel cliënten als beroepskrachten mee moeten leven. Wat heeft de cliënt aan schijnzekerheid? De cliënt kan er zeker van zijn dat een professional die bewust is van de onzekerheden in een beslissing, niet vanuit een tunnelvisie te werk zal gaan. Dat is een valkuil waar professionals snel in kunnen vallen. Een voorbeeld: een academisch opgeleide psychologe schrijft in een rapport: “Meisje van drie jaar heeft duidelijk zichtbaar last van de gevolgen van seksueel misbruik, dat ze waarschijnlijk heeft meegemaakt”. Dat kan niet. Ofwel het is zeker dat het misbruik heeft plaatsgevonden. Ofwel het gedrag van het meisje kan verwijzen naar misbruik, maar kan ook een andere achtergrond hebben.’

Ook Maryse den Hollander van Movisie vindt dat er ruimer moet worden omgesprongen met regels en protocollen. ‘Werkgevers moeten voorwaarden scheppen die professionals “veilig” houden in wat ze doen, ook al wijken ze van de regels en protocollen af. Dat houdt bijvoorbeeld in dat professionals de ruimte krijgen om te experimenteren. Dat vergt een bepaalde houding in de organisatie, een cultuur waarin mensen niet worden afgerekend op wat ze doen.’ Lees meer >>

Dus je kunt als professional niets met een signaleringslijst bij een vermoeden van kindermishandeling?
‘Jawel. Ik zeg niet dat alle lijstjes van signalen voor kindermishandeling in de prullenbak kunnen. Maar wel dat ze te veel worden gebruikt en dat ze minder belangrijk zijn dan je eigen professionele oordeelsvorming. Lijstjes zijn geschikt om je alert te maken. Vervolgens ga je als professional onderzoeken hoe de situatie is. Je hoort alle verhalen en perspectieven en kijkt naar de feiten. Maar wat doen we? We maken een meldcode, die ervoor zorgt dat er vele tienduizenden meldingen bij Veilig Thuis binnen komen. Daar zit een sociaal werker achter de computer. Zij moet met steun van een psycholoog en een vertrouwensarts onderzoek gaan doen. Hoe kunnen deze professionals beter zien wat er aan de hand is dan een sociaal werker in het wijkteam? Ik denk dat de eerste oordeelsvorming bij de sociaal werker ligt. Als de casus te zwaar is, dan is het goed om de hulp van andere professionals in te roepen. Het is niet zo dat een professional niets kan doen, integendeel. Maar je moet niet blind varen op protocollen. Er is één regel in het sociaal werk bij alle moeilijke situaties: doe het nooit alleen. Zorg altijd dat je één of meer collega’s inroept voor overleg en toetsing van jouw bevindingen.’

Hoe moet de sociaal professional wel handelen?
‘Ga in gesprek met de cliënt, onderzoek zijn of haar vraag en spreek met andere betrokkenen. Als je alle perspectieven hebt gehoord en alle feiten kent, kun je een weging maken, waarop je jouw oordeel vormt. Dan sluit je ook het meest aan bij de vraag van de cliënt.’

Professionals moeten veel meer preventief handelen, dus ook eerder ingrijpen?
‘Er moet een goed evenwicht zijn tussen de ernst van de situatie en de interventie die je inzet. Het kan schadelijk zijn om te licht, maar ook om te zwaar in te zetten, dan wordt de professional onderdeel van het probleem van de cliënt. Het beleid van gemeenten – en ook van het publiek – is om zo vroeg mogelijk in te grijpen. Ik noem vroegtijdig ingrijpen geen preventie maar uitbreiding van je werkgebied. Het aantal mensen dat in de hulpverlening zit wordt steeds groter. Ik geloof niet dat het komt omdat we allemaal zo hulpbehoevend zijn. De meest logische conclusie is dat het beleid van de gemeente en van de overheid eerder leidt tot meer dan minder hulp.’

Lezersonderzoek
21-03-2019 -

U ontvangt via de nieuwsbrief informatie over Dementiezorg voor Elkaar. Wij zijn benieuwd naar uw mening. Helpt u ons om de informatie nog beter te laten aansluiten op uw wensen? Vul dan onderstaande enquête in. Hartelijk dank!

  • Nieuwsbrief

  • Dementiezorg voor Elkaar

  • Functie

 

Het bericht Lezersonderzoek verscheen eerst op Dementiezorg voor Elkaar.